woensdag 20 mei 2009

Waarom ik naar Afrika ging

Waarom ging ik eigenlijk naar Burkina Faso? Ja, ik ging stage lopen. Maar waarom wilde ik dat in hemelsnaam helemaal gaan doen in het één-na-armste conflictloze land ter wereld? Waarom niet leuk naar Frankrijk, in de winter skieen, in de zomer aan het strand liggen en ondertussen bij een consultancy-firm een stageprogramma doorploegen? Voordat ik weg ging had ik daar een duidelijk en eenduidig gevoel over. Idealistisch als ik was en vol goede moed dacht ik dat het goed voor me zou zijn om eens buiten de kapitalistische, welvarende wereld te kijken waarin ik was opgegroeid. Om eens écht op mijn eigen benen te staan. Weg uit de wereld waar alles het altijd doet, zoals ik dat toen zo schattig op de eerste bladzijde van mijn dagboek schreef. “Ik ga vast veel leren”.

Ik was nog geen dag in Burkina of ik vroeg me al af waarom ik híer was beland. In dat land waar het zó arm is dat je je al schuldig voelt als je een karig bord rijst voor je neus hebt staan. De plastic zakjes slingerden als besmettelijke ziektes om me heen. De door alle rook en uitlaatgassen wazige geworden lichtbundels van de straatlantarens leken om zuurstof te schreeuwen. De eindeloze stromen mannen maakte me gek met hun aandacht trekkerijen en rijen vrouwtjes langs de weg stonden alleen maar verschrikkelijk vette en onhygiënisch uitziende fast-foods te verkopen. Ik werd knettergek en de wereld leek tot diep in mijn botten binnen te dringen. Hoezo,  “ik ga hier vast veel leren”; in deze schijnbare hel zeker? Ik voelde me ellendig en ik zou het liefste zo weer rechtsomkeert hebben gemaakt. Ware het niet dat ik hier niet op vakantie was. Ik was hier gekomen met een missie. 

Ik wilde gaan begrijpen wat er hier afspeelde. Ik wilde ervaren wat het was om dicht bij echte honger en armoede te leven. Ik wilde antwoord vinden op vragen als; hoe kan het dat de ontwikkeling van een ras, land of continent zo verschillend uitpakt? Is hier wel iets te doen of te veranderen; datgene waar al die westerse NGO’s al jaren mee bezig zijn? Wat is eigenlijk de essentie van ontwikkelingswerk?

Die eerste paar weken waren zwaar. Ik dacht dat die 6 maanden nooit voorbij zouden gaan. Ik was moe; de hitte, de zwaarte van de stad, het eindeloze geluid, verkeer en de aandacht van iedereen om mij heen sloegen de energie net zo hard uit mij als dat ik de muggen van mijn benen mepte. Als westerling had ik het geld om mijzelf een luxer leven te veroorloven, maar ik vond het lastig. Ik zocht naar de balans tussen het locale leven en een leven waarin ik mij thuis voelde. Na anderhalve maand ging ik op vakantie, een weekje met mijn kont op het Ghanese strand met een cocktail in mijn hand onder de palmbomen. Het was heerlijk en eyeopenend. Toen ik terugkwam besefte ik niet meedeed aan de wedstrijd ‘wie-kan-het-primitiefst-in-Afrika-wonen’. Ik besloot beter voor mijzelf te gaan zorgen. En toen zwaaide de boel om.

Ik voelde me als uitvinder verschillende chemische stofjes bij elkaar mengen tot ik het juiste equilibrium gevonden had. Niet besparen op eten, uitjes en een wekelijkse zwembadtripje, maar ook zeker de local-style erin te houden. Ik bleef in mijn krakkemikkige en onluxe Afrikaanse huis wonen, en pakte niet paniekerig mijn koffers toen de termieten mijn plafond hoorbaar knagend verorberde of toen we twee weken geen gas fles vonden bij de tankstations en dus ons prutje op kooltjes kookten. Maar ik vond het heerlijk om af en toe even helemaal bij te komen in een westerse stijl avondje, met een heerlijke pizza en een prachtig concert toe, om vervolgens de volgende dag mijn was zelf te doen en de halve dag in de hitte zonder stroom te zitten.

Uiteraard was ik allang voorbij de heftige eerste weken van de enorme cultuurshock, maar nu begon ik voor het eerst echt te genieten van het Burkinabese leven in balans. Ik had elke zaterdag repetitie met mijn jazzbandje. Ik werkte onder de Afrikaanse zon met ondernemers die zeer gelukkig uit mijn marketing coaching kwamen, waarin ik ze had begeleid in bijvoorbeeld het bewust op zoek gaan naar hun potentiële klanten, hun afzetmarkt. De momenten waarop ik bang was dood te gaan in het verschrikkelijke Burkinabese verkeer riepen slechts de gedachte op ‘ach, als ik nu zou sterven, dan was ik in ieder geval op dit moment ultiem gelukkig’. Ik nam flinke sprongen in mijn begrip en kennis van het leven, ontwikkelingssamenwerking en Afrika. Ik genoot maximaal en ik leefde intens.

Ik heb me nooit meer afgevraagd waarom ik naar Afrika was gegaan. Ik was naar Burkina Faso gegaan om door deze minder makkelijke situaties heen te komen, om niet te vluchten voor de aanblik van armoede, ziekte en dood maar juist om het van een andere kant te leren zien. En vooral ook om daar eens in te leven; in een huis en stad waar ik niet alle westerse luxe bij de hand heb. Terugkijkend kan ik niets anders zeggen dan dat ik inderdaad verschrikkelijk veel geleerd. Als ik één grote wens zou mogen uitspreken, dan zou het zijn dat ik hoop dat iedere jong volwassene eens zo’n gewaagde uitstap zou maken. Want wat zou alleen Nederland er al anders uit zien als iedereen eens een hapje had geproefd van deze kleurrijke, ogen-openende, fantastische wereld.

donderdag 7 mei 2009

Afrikaanse Magie Vervlogen

Wegens een verplaatste vlucht heb ik mijn allerlaatste dag in Ouagadougou als een gek door de stad en mijn huis geraced om mijn spulletjes bij elkaar te zoeken. Ik moest direct die zelfde nacht plotseling vertrekken in plaats van de nacht erna. Uiteraard te veel bagage; een heel orkest aan Afrikaanse instrumenten in mijn koffers en schaam-verwekkende partij kleren waar ik een heel weeshuis mee had kunnen aankleden. Aangekomen in het vliegtuig tussen het AirMaroc personeel wist ik dat ik weer in die andere wereld terecht was gekomen. Het voelde alsof ik pats boem terug in de realiteit van mijn oude leven werd geslagen. Ik ben niet meer in Afrika.

Ik zit weer in de burgerlijke, platgeregelde strakke stramienen van de westerse stijl. Mevrouw, u kunt niet uw tas daar neerzetten, dat begrijpt u toch zeker wel? Nee, maar mevrouw, u moet wel uw riem vast maken, mevrouw... maar waarom heeft u in godsnaam deze tam-tam (mijn dierbare djembé) mee het vliegtuig in genomen? U weet toch zeker wel dat zoiets ten strengste verboden is?

Nee, geef mij maar de Afrikaanse magie. De magie van de mogelijkheden en de oplossingen in plaats van de beperkingen en afstraffingen. Voor alles heb ik in Burkina Faso altijd een oplossing kunnen vinden samen met mijn buurmannen in de bus, de bandenplakjongens aan de kant van de weg, of de verzorgende hand van de vrouwen. Nog nooit heb ik mij verloren of geërgerd gevoeld. Mijn vrijheid, mijn zoektocht naar oplossingen of mogelijkheden zijn altijd ruim aanwezig geweest.

In een wereld, zoals die waar ik nu weer in ben beland, waarin  alles zo strak en stipt geregeld is, kan het toch haast niet anders dan dat mensen daarin vast komen te zitten en verschrikkelijk ongelukkig worden? Geblokkeerd als een olifant tussen de liftdeuren. Stel je eens voor dat je eens uit de band springt!

Het is werkelijk ongelooflijk hoeveel regelzucht en betuttelingen er over mij heen zijn gevallen in die in westerse stijl verzorgde reis, sinds ik het hete asfalt van Ouaga achter mij had gelaten. Onmiddellijk werd de des-infectant over de bagagerekken gespoten – puur protocol, verplichte internationale richtlijnen, absoluut geen gevaar voor de gezondheid (Pff.. jaja) – en vervolgens kwamen de ooglapjes, dekentjes, kussentjes en koptelefoons uit de doos en werden me in de schoot geworpen als volkomen onmisbare attributen, maar ik voelde hier alweer de onnodige verspilling. De stewards en stewardessen, strak in het pakje, bezorgde mij vervolgens, in een tempo waarin ze bijna over hun eigen benen struikelden, een naar plastic smakende omelet en een kopje koffie. Alles keurig verpakt en omhuld, en de gestresste efficiëntie van de service deed me weemoedig terugdenken aan al die idiote avonturen in Burkina; in een Hyundai busje met 31 man, plus een handje vol gillende geiten aan m’n voeten een stapel matrassen op het dak die de hoogte van de auto meer dan verdubbelden. ’s Nachts slingeren in het pikkedonker zonder licht over de gatenkaaswegen, tussen de kapotte vrachtwagens en het overstekend wild door. En in deze nacht vloog ik weer over dat heerlijke, grootse land, met mijn voeten in AirMaroc sokken, en van alle gemakken voorzien.

Ik doe mijn ogen dicht en droom weer terug. Dieu merci, alles is goed gegaan. Al die avonturen zijn altijd goed afgelopen. En hoe vaak heb ik wel niet gedacht, mocht het nu dan echt een keer mis gaan met al deze ongecontroleerdheid, dan heb ik in ieder geval echt geleefd en van alle vrijheid die het leven mij biedt met volle teugen genoten. Misschien wel juist zonder al het comfort en service om mijn leven zogenaamd gemakkelijker en veiliger te maken.

Ik heb eigenlijk maar één grote wens.  Als ik straks mijn leven thuis oppak, wil ik, wat ik ook ga doen, leven en genieten op z’n Afrikaans; ver weg van het typische burgerlijke geneuzel en geregel. Thuiskomen is heerlijk, maar ik voel nu alweer dat de volgende reis in de maak is. Want het genot het Hollandse welvaren zal het nooit winnen van de Afrikaanse magie.

dinsdag 28 april 2009

Modderpoel

Voor wie al maanden in ultieme droogte en stof  zit, kan een regenbui soms heel welkom zijn. Het was héérlijk dat het gister enorm regende en ik heb letterlijk zitten zingen op de brommer..
Regen in de droge periode levert echter wel het volgende resultaat op; een compleet overstroomde stad.. een kolkende massa modder door de goten en een totaal ontregeld verkeer.

Ik vraag me af hoe het leven hier in het regenseizoen is, wanneer er elke dag zo'n gigantische, tropische regenbui zal vallen!



Gecensureerd!

Als brave burger, opgegroeid in een land waar vrijheid van meningsuiting zo vrij is dat het eerder de vraag is of we niet te ver vrij zijn doorgeslagen, ben ik voor het eerst in mijn leven slachtoffer geworden van heuse censuur.

Momenteel spelen ik en mijn jazzband hier in Ouagadougou samen met een populaire burkinabese rapper Smockey. Smockey is een geweldige man, die enorm van wanten weet op het muzikale vlak, en bovenal zijn muziek inzet om controversiële onderwerpen aan te snijden in zijn teksten. 


Zo ook spelen wij een nummer dat gaat over de journalist Norbert Zongho. Zongho is 10 jaar geleden "om het leven is gekomen", vlak nadat hij de broer van de burkinabese president in een kwaad daglicht zou hebben gesteld. Officieel heeft hij een auto-ongeluk gehad, maar zijn auto is totaal uitgebrand en doorzeefd met kogels teruggevonden.

Bewijzen in de zaak Zongho zijn verduisterd en de rechter heeft besloten dat er niet genoeg bewijzen zijn; dossier gesloten.

Toen wij dus zaterdag bij een soort rond-de-tafel zondagochtend programma van de nationale zender RTB om in het kader van Jazz à Ouaga deze week, een nummer mochten spelen, twijfelde Smockey niet lang. Dit was zijn kans om zijn strijd voor gerechtigheid een nieuwe draai te geven. De camera’s liepen en langzaam zette hij het nummer in; “ouvrez le dossier Zongho”. Uit mijn ooghoeken zag ik de presentator, niet in beeld, een afwijzend vingertje naar de producent opsteken. Dit zou gevolgen hebben.

En inderdaad, de volgende ochtend, bleek dat het democratische Burkina zijn politieke censuur nog diepgeworteld heeft zitten. Ons optreden was uit het programma geknipt.. Wat is het een naar gevoel om op zo’n manier een stokje voor je vrijheid van meningsuiting gestoken te krijgen. Mij is dit nu één keer overkomen, en als ik denk aan al die miljoenen mensen over de hele wereld die dagelijks gecensureerd worden dan voel ik één en al vechtlust opborrelen om iets aan die situatie te veranderen. 

woensdag 15 april 2009

Een afrikaanse oplossing voor een afrikaans probleem

Voor miljoenen Burkinabe's begint het leven om half 6 als de zon op komt, en eindigt de dag om 7 uur 's avonds als het donker wordt.. écht donker. Wie na die tijd nog iets wil ondernemen is gebonden aan olielampen die verschrikkelijk roken en weinig licht geven, of aan zaklampjes waar de batterijen continu van moeten worden vervangen. 

Zonne-energie lantarens bestaan, maar zijn relatief nog erg duur omdat ze geimporteerd moeten worden uit Europa of Azie. Daarom heeft een lokaal bedrijfje waar we hier mee samenwerken (CB-Energie) daar een lokale oplossing voor bedacht!

Resultaat: zeer goedkoop geimporteerde olielampen, met een lokaal geassambleerd amorphe zonnepanneel, een klein batterijtje en ledlampjes. Geeft ongeveer 12 uur licht en kost de heflt van de geimporteerde lampen!

zaterdag 11 april 2009

Gewenning

Ik zit hier nu 5 maanden.. en ik probeer even in mijn oude huid terug te kruipen, mij voor te stellen hoe mijn westerse leven er thuis ook al weer uit zag. En plots zie ik het enorme verschil weer tussen mijn leven hier en mijn leven daar. Het zijn de kleine dingen, die er de afgelopen maanden langzaam zijn ingeslopen en die ik straks vast ga missen.

  • De ijskast in de woonkamer staat, die elke nacht uit het stopcontact gaat en een enorme herrie maakt wat inmiddels tot de andere achtergrondgeluiden is geraakt.
  • Buiten mijn matras op de grond opmaken, mijn klamboe ophangen aan de waslijn, en in slaap vallen in een roes van een vechtfilmgeluiden of voetbalherrie van de ‘openlucht bioscoop’ om de hoek en de Afrikaanse tetter-muziek van de buurman’s danstempel.
  • Mijn eindeloze gelurk aan plastic zakjes water; die praktisch de hele dag tussen mijn kiezen geklemd in mijn rechtermondhoek hangen.
  • De routes op mijn brommer, langs de begraafplaats om de hoek, zigzaggend tussen de fietsers en andere brommers door, mijn ogen dichtknijpend en adem inhoudend de stofwolken en uitlaatgassen.
  • De dagelijkse, eindeloze aandacht van mannen, vrouwen en kinderen, met het vooroordeel ‘dat ik rijk ben en het beter heb’ in mijn huidskleur gekerfd.
  • De moskee die om aandacht schreeuwt, vanaf 5 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds.
  • De inhoudsloze sociale omgangsvormen; handjes schudden, een enorme glimlach trekken en vragen hoe het is, en met het werk, en met kinderen, en met de vrouw; om vervolgens te antwoorden dat bij mij ook alles goed is.
  • Het afval, waar je ook kijkt. De grond die een grauw patroon van geel zand met witte en zwarte plastic zakjes vormt.. en soms in grote hopen verzameld om later in brand gestoken te worden.
  • Het ontbreken van een wasmachine, droger, strijkijzer, afwasmachine, oven, magnetron, waterkoker, mixer en andere huishoudelijke apparaten en van welke de functies door mijn 14-jarige huishoudster worden vervangen terwijl zij op school zou kunnen zitten.
  • De gaten in de betonnen vloer van de woonkamer, het ontbreken van glazen ramen en de termieten die het houten plafond van het huis hoorbaar verorberen.
  • De broeierige tropische hitte, die me doet vergeten dat warmte en zon ook plezierig kunnen zijn en bovenal dat er ook een klimaat bestaat waarin je je niet overdag en ’s avonds in linnen broek, spaghetti top en slippers kan hullen.
  • De buurtsuper.. blikken sardientjes, wasmiddel, zeep, zakjes mayonaise, scheermesjes en koekjes.

Business-as-usual. En dat geeft mij het gevoel van ‘Kom maar op met je uitdagingen! Ik kijk nergens meer van op.’

vrijdag 10 april 2009

Mijn beste vriend Razak


Razak is een burkinabése muzikant en kostwinner voor zijn familie. En tevens mijn beste vriend hier. Onze vriendschap is totaal anders dan alle vriendschappen die ik heb gehad of ooit zal hebben. Hij is niet mijn vriend vanwege zijn intelligentie, zijn vermogen om goede gesprekken te voeren of omdat hij een feestbeest. Razak is mijn beste vriend omdat hij gewoon zo heerlijk leeft. Hij kan uren theedrinken met de jongens uit de straat, nieuwe djembés met vel bespannen of repeteren met andere muzikanten. Of gewoon bij de rest van zijn familie op de bank aanschuiven en zo uren doorbrengen. Of zoals gister, toen ik op weg richting centrum was naar een theatervoorstelling en hem tegen kwam en vroeg of ie meeging, dat hij zo heerlijk impulsief achterop sprong. Ik weet eigenlijk heel weinig van hem en ik begrijp hem nog minder. We voeren vrijwel alleen zeer onsamenhangende gesprekken; hij weet allerhande onderwerpen aan elkaar en doorelkaar te praten, en ik kan vaak, niet-begrijpend, alleen wat hmmm..’s, non!’s en c’est pas vrai!’s uitkramen.

Maar wat zo heerlijk is aan Razak is dat alles altijd tranquille is. Zelfs als ik hem enorm heb laten zitten, of laatst, zoals toen ik hem met mijn brommer die en panne was achter heb  gelaten en hij de brommer helemaal naar huis heeft geduwd. Hij werd niet boos, of chagrijnig of verdrietig. Hij zegt dan ‘nooooon, ‘y a pas de problèm, tranquille!’. Hij geeft me werkelijk het gevoel dat hij altijd voor me klaar zal staan. En dat ik weet dat hij, ondanks af en toe een verdwaald losbandig smsje van ‘Sandrie, tu me manque, je t’aime’, nooit een serieuze avance zal maken.

Lang leve Razak!


donderdag 9 april 2009

Offerfeest bij ons, Kerst bij jullie!

Daar waar de hele wereld zijn hart vasthoudt voor diepgewortelde strijd tussen de islamitische en westerse, christelijke wereld, is er in Burkina geen vuiltje aan de lucht. En dat terwijl de ene helft van de bevolking christen is, en de andere helft moslim.

Ik moet eerlijk zijn; in Nederland keek ik enigszins neerbuigend en soms zelfs angstig neer op uitingen van een islamitische levenstijl; keppeltjes, hoofddoekjes, moskeeën. En ik geloof dat ik duidelijk niet de enige was. Hier staat de moskeeën overal waar je kijkt. En ze zijn niet alleen te zien, vooral ook te horen. In het begin was het even wennen, maar nu word ik al niet meer wakker van de Allah kreten om 5 uur ’s ochtends.

Mijn eerste echte verbazinggolf kwam pas ten tijden van het offerfeest. Bij het offerfeest had ik altijd nachtmerrie-achtige gedachten over bloederige slachtpartijen. In ieder geval iets waar je ver vandaan moest blijven. Het offerfeest is hier echter een nationale feestdag. De hele stad was gehuld in bruisende, gelukzalige vibraties en er was letterlijk flink uitgepakt. De mooiste kleren, een goed gevulde ijskast, en mocht het budget het toe hebben gestaan, een flink schaap aan de haakgeslagen, hangend als ereprijs op een zichtbare plek (in mijn geval betekende dit helaas een nadere kennismaking van een zojuist geslacht, en gevild schaap, recht achter mijn stoel. Nou, blijf dan maar eens stil zitten!)

En als ik het heb over de hele stad die mee viert, dan bedoel ik iedereen. Welke geloofsovertuiging je ook hebt, met het offerfeest is iedereen welkom om te vieren dat Mohammed niet zijn eigen zoon heeft geofferd die bewuste dag, boven op een berg. Ik ‘liep stage’ bij een burkinabese familie waarvan de zoons mij op sleeptouw namen die dag. En ik werd werkelijk waar óveral met open armen ontvangen; de biertjes en gegrilde schaap waren niet aan te slepen. 

En is het niet ook gewoon veel leuker om te delen? Want als we nu een feestje bij jullie hebben met jullie schaap, dan kunnen jullie later dit jaar bij ons rond de kerstboom komen zitten, en dan is het aan ons om flink uit te pakken. Zo vang je twee vliegen in één klap; een enorm gevoel van saamhorigheid én dubbel zo veel feest!

Ik kan geen andere conclusie trekken dan dat wij op dat gebied nog veel, heel veel te leren hebben.. 

Mensch! Durf te leven!

Waar wij Nederlanders bekend staan om onze uitermate spaarzame capaciteiten en zuinige zure mondjes, weten ze hier in Afrika wel hoe ze moeten leven.

Tenminste, als er geld is.

Want sparen, ho maar. 

Vandaag een tientje verdiend, dus dat moet gevierd worden! Ik heb nú 50 cent in the pocket, dus ik kan nú gaan wassen. Ik koop een zakje waspoeder en geniet er van.

Overigens geld het zelfde voor olijfolie, zout, suiker, rijst, sigaretten, koekjes... je kan het zo gek niet bedenken of de giganten zoals Unilever hebben er een, wat ze bij ons ‘proefverpakking’ noemen, van gemaakt. Eén persoons-porties. Unilever blij, want het loopt als een tierelier.

Wat dat betreft kennen afrikanen zichzelf erg goed. Als ze namelijk wél nu die 1.5 liter olijfolie zouden kopen, zou het zo op zijn. Want dat komt de buurman, je tante, oma, of vriend van verderop even langs en schroomt niet om zijn of haar ‘deel’ vriendelijk te innen. Wat je hebt is wat je deelt.

Tegelijkertijd is dit natuurlijk een trieste waarheid. De keerzijde van dit gedrag en deze vorm van sociale omgang vormen dan ook, mijns inziens, de basis van de spiraal van armoede waar zoveel mensen zich hier in bevinden.

Als al het kleine geld op deze manier rolt, en het grote geld gelijk impulsief wordt uitgegeven – zij het aan een nieuwe brommer, een avondje bieren met een handjevol vrouwen, of een huwelijksfeest – kan je dus nooit echt investeren in je eigen toekomst, of die van je kinderen. En zo blijft het elke dag weer opnieuw een verrassing of ‘men er in zal slagen’, of zoals ze dat hier zegggen; oui ça va, on se débrouille! (wat zoiets betekend als, ‘ja hoor, geen punt, we doen er alles aan’).

Wat de keerzijde ook moge zijn, ergens lijkt het me gewoonweg heerlijk om eens niet-calculerend, berekend, spaarzaam of verstandig door het leven te gaan. 

woensdag 8 april 2009

Meekijken helpt niet!

Mijn werk hier vereist een grote mate van verplaatsing, vanuit het epicentrum Ouaga richting noord, zuid, oost en west. Naast de brommer, fiets en de benenwagen, die niet wenselijk zijn voor deze grote afstanden, is het meest gebruikelijke vervoersmiddel de bus. Er zijn tientallen verschillende buscompanies, en daarnaast honderden kleine afgedankte Hyundai busjes die zijn omgebouwd tot 25-zits hogesnelheidslijnen. 

Aangezien we werken met de gevleugelde term "minimale overheads kosten" reis ik uitsluitend per bus voor lange afstanden. En daar kunnen we lang en kort over praten, maar ik kan niet anders zeggen dan dat het niet altijd ongevaarlijk is. Alles rijdt over een twee-baans weg die eerder op een lange, dunne plak boeren gaten kaas lijkt die aan de randen door de muizen is beknibbeld, dan een snelweg zoals bij ons. De chauffeurs worden dan ook gedwongen om al slalommend de gaten te ontwijken, tussen de brommers, fietsers, ezelkarren, overstekend wild, spelende kinderen en uiteraard andere bussen en vrachtwagens door. Het lijkt dat ook wel alsof gevaarlijke inhaal en uitwijkmanoeuvres standaard in hun les pakket zitten.. 

Dit alles maakt 'het in de bus zitten' tot een typisch geval van totale overgave en blind vertrouwen. Letterlijk een kwestie van 'je zit er bij en kijkt ernaar'. En dat is nou juist het punt waar ik het over wil hebben. Meekijken. Want, als er iets is wat ik continue denk als ik in de bus zit, is het wel 'meekijken helpt niet!'.. Nogal logisch, mijn meekijken gaat de buschauffeur niet helpen die ene koe midden op de weg, die diepe kloof, die tegenliggende tankwagen, of slingerende ezelkar te ontwijken. Dus waarom doe ik het dan tóch? 

Geeft het me een gevoel van vertrouwen, zodat ik, als ik kan zien dat het helemaal mis gaat, mijzelf snel in een vliegtuig-noodlandings-positie kan werpen? Of dat ik snel, 'kijk uit!' kan roepen, als we de berm raken? 

Of doe ik het omdat ik ondertussen onderbewust ook naar het mooie landschap en gekke wegsituaties kan kijken? 

Of zal mijn meedenkende en meevoelende blik telepathisch overstralen op de chauffeur, zodat hij extra oplet?

Het antwoord weet ik niet, maar ik weet wel dat ik een stuk uitgeruster thuis kom als ik geen zicht heb op de voorruit en de handelingen van de chauffeur.. Lekker mijn struisvogelpolitiek uitoefen (achter in de bus mijn boekje lezen). In ieder geval helpt deze manier van doen mijn angst te verdrijven en gewoon te accepteren dat het vast ook deze keer weer allemaal goed gaat komen...

zaterdag 4 april 2009

Spinning Wheels

Voila, ik ben begonnen met het verwezenlijken van yet another dream; bewegende beelden vastleggen!

Woensdag met de bus naar Bobo gegaan, de tweede stad van Ouaga, voor het werk, maar ondertussen heb ik het een en ander gefilmd met mijn fototoestel.. vanuit de bus en de taxi.

En zie hier het resultaat!

vrijdag 3 april 2009

Een levende werkelijkheid van verschil

Ik vraag me af hoe het moet zijn, om een ski-slalom wedstrijd op Eurosport te zien.. als je nog nooit van je leven een berg, sneeuw of laat staan ski's hebt gezien.

Ik vraag me af hoe het moet zijn, om iemand tegen een wit apparaat aan te zien praten in een vreemde taal, terwijl er via de boxen een stem terug klinkt 'het lijkt op een gesprek'.. als je nog nooit een computer hebt aangeraakt, laat staan van het bestaan van internet afweet.

Ik vraag me af hoe het moet zijn, om iemand op een klarinet te horen spelen.. als je nooit een ander instrument dan een djembé hebt gezien.

Ik vraag me af hoe het moet zijn, om elke dag in een huis van een jonge blanke vrouw te leven, die de hitte uit haar gezicht kan wapperen met waaiers van 10.000 franc billetten.. als je zelf nooit meer dan 1.000 franc in je bezit hebt gehad.

Ik vraag me af hoe moet zijn om mijn 14 jarige dienstmeisje te zijn, die elke dag bij ons in touw is om ons huishouden draaiende te houden, die haar leven niet anders dan dat heeft gedaan, en wie weet, misschien nooit iets anders dan dat anders zal doen.

Wat kunnen levens toch verschillend zijn.

Mijn vanzelfsprekendheidsgeneratie

Ik ben in het einde van de 20e eeuw in een West Europees land geboren. Mijn generatie is geboren in een leven waarin alles in principe al geregeld, uitgevonden, en doorontwikkeld was. Centrale verwarming, boilers, televisie, ijskast, computer, telefoon, auto, trein..

Het gemak en het gebruik van dit alles is mij met de paplepel in gegoten. Niemand heeft mij expliciet hoeven uitleggen hoe een computer of mobiele telefoon werkte, waar stroom vandaan komt, of waar mijn warme douche-water vandaan kwam, want dit groeide met mij en mijn opvoeding mee en het werd als zodanig geaccepteerd.

En over elektriciteit, warm water, of eten op tafel heb ik mij nog nooit een seconde zorgen gemaakt, of me misschien afgevraagd dat het ook anders kon zijn. Als je iets nodig hebt, dan is het er gewoon, en als het er nog niet is, dan kunnen we het kopen. Als iets kapot gaat, dan koop je het nieuw. Waarom zou je tijd en energie investeren als je de Hema en de H&M om de hoek hebt, die je dat nieuwe t-shirtje of radiootje kunnen leveren?

Ik kom uit de vanzelfsprekendheidsgeneratie.

Maar voor mijn generatiegenoten hier in Burkina, en mogelijk zelfs voor een volgende generatie is dat allemaal heel anders. Al deze – bij ons vanzelfsprekende – gemakken zijn hier alles behalve vanzelfsprekend en wellicht vaak zelfs onbekend. Hier ben ik pas gaan zien wat er allemaal achter schermen gebeurt in ons altijd draaiende huishouden, en zie ik pas wat een enorm geploeter buiten het vanzelfsprekendheidsoog van mijn generatie plaatsvindt.

Van huizen bouwen, tot straten en riolen aanleggen, tot het reparen van radio’s, televisies, auto’s, plastic stoelen. Eigenlijk alles wat je om je heen ziet heeft te maken met het on-vanzelfsprekende.. Er is hier vooral héél erg weinig wat echt voor altijd en voorgoed afgeschreven wordt en bij het oud vuil belandt. En zelfs dán, dan nog is het niet zeker dat het desbetreffende artikel niet elders aan een nieuw leven begint.

Alles is hier vooral niet vanzelfsprekend en ik denk dat het voor iedere welvarende westerling meer dan een goed idee is om dat ook zelf eens te zien en te ervaren hoe on-vanzelfsprekend dingen kunnen zijn.

 

Het Verhaal van Carolina

Carolina is hooguit eind dertig, de vierde vrouw van haar man en de tante van mijn Burkinabése huisgenoten. Als man zijnde kan je, zodra je geld hebt, nog een vrouw erbij nemen. Eigenlijk doen wij het ook zo als we onze partner niet zo meer zien zitten, alleen wij scheiden tussendoor en dat is hier taboe. Soms blijft de man alle vrouwen zien, maar hij woont in principe bij de laatste vrouw. Tenzij hij ze allemaal verenigd heeft op zijn stukje land. Dan kiest hij elke dag één van zijn vrouwen die die dag zijn vrouw mag spelen; dat wil zeggen; zij kookt, zij wast, zij doet alles en aan het einde van dag, gaat hij bij haar slapen.

 Hoe stom of leuk je al je vrouwen ook vind, je inkomen deel je met hun. Je zorgt dat je vrouwen, en de kinderen die je bij hun hebt gekregen, te eten hebben. Tenminste, als je genoeg geld verdient.

 De man van Carolina is tegen de zeventig en gepensioneerd vrachtwagen chauffeur. Althans, als er een pensioensvoorziening zou zijn, zou hij met pensioen zijn. Maar hij is gepensioneerd want op de vrachtwagens wilde ze hem niet meer hebben en nu heeft hij zijn heil gezocht als taxichaffeur. Voor een flinke som per maand ‘huurt’ hij zijn taxi van een rijkere meneer die vele taxi’s bezit en anderen er in laat rijden. De hele dag doorkruist hij in dit gammele brik de stad; af en toe moeten ze de hoogbejaarde Mercedes even aanduwen want de startaccu is praktisch leeg. Om maar niet te spreken over de staat van de andere auto-onderdelen. Aan het einde van een langdurende dag houdt hij als het even meezit iets over. Geld. Maar niet veel, en zeker niet veel als je er 11 kinderen en 4 vrouwen van moet onderhouden.

 Carolina komt regelmatig bij ons haar mobiel opladen en even ‘bijtanken’ want ze leeft in erbarmelijke omstandigheden, met haar vier kinderen en echtgenoot. Gister durfde ze het aan over haar financiële situatie te beginnen. Ze vertelde me dat de moeder van mijn huisgenoten, haar zus, zo goed voor haar zorgde. Zij was het die haar ondersteunde, ze was haar toevlucht, haar beste vriendin. Twee jaar geleden kwam ze echter om in een busongeluk. De kinderen hebben wel andere dingen aan hun hoofd dan hun tante financieel te ondersteunen. Geemancipeerd als ze zijn, besteden ze hun geld liever aan hun eigen leven. En wie geeft ze ongelijk. Maar voor Carolina is haar vangnet weggevallen.

 Ik ben altijd erg sceptisch als ik deze verhalen hoor. “Ja mevrouw, natuurlijk heeft u het moeilijk financieel gezien, heel Burkina heeft het moeilijk”. Iedereen wil geld en mensen schromen er meestal niet om dat aan mij te vragen. Ongeduldig als ik was, begon ik haar maar ongeïnteresseerd, regelmatig met mijn laptop spelend, vragen te stellen. “Waarom heeft u dan geen geld? Waarom werkt u eigenlijk niet? Want ja, als u gewoon zou werken dan zou u geld hebben, nietwaar?”

Maar langzamerhand drongen haar antwoorden tot me door.

 Eerst haar verhaal van haar man. Vervolgens, “ik wil zo graag werken, ik zoek elke dag, ik bid elke dag tot god. Vroeger toen we een ijskast hadden kon ik water en zelfgemaakte sapjes verkopen, maar nu zitten we zonder stroom. Ik zou wel hout willen verkopen, maar ik weet niet waar ik het geld vandaan moet halen om te beginnen”. Geen startkapitaal dus.

Ik was nog steeds sceptisch. Totdat ik me probeerde voor te stellen hoe dat is. Je wilt werken, maar je drie van je vier kinderen zijn onder de 5 en zijn thuis. Waar moet je die laten. Ik zei, “maar mevrouw, u moet toch gewoon gaan sparen, dan beetje bij beetje kunt u vanzelf wat grotere hoeveelheden kopen”. Ze zei, tranen in haar ogen, “maar wat moet ik doen, als mijn kinderen niet meer op houden met huilen om hun legen magen? Ik moet dan uitgeven wat ik heb, en zelfs dat is dan eigenlijk nog niet genoeg om hun echt te voeden”. Ik keek naar mijn bord. Ik had zojuist een flinke salade met eieren, een banaan en mango als toetje verorberd en de ijskast lag vol met nieuwe heerlijkheden.

 Ik bezweek. Zij en haar verhaal hadden ineens mijn volle aandacht. Mijn sceptische houding verschrompelde tot een knagend gevoel van onmacht en mededogen. En de afgelopen dagen gaat er bijna geen moment voorbij waarin ik niet denk aan wat ik voor haar zou kunnen doen. En voor al die andere vrouwen, kinderen en mannen die in vergelijkbare of ergere situaties zitten. Ik heb haar een paar duizend franc (3 euro) gegeven, wetende dat ze daar minstens een week goed van kunnen eten maar dat het absoluut geen duurzame oplossing is. Maar wat zou hier wel de oplossing voor zijn?

maandag 30 maart 2009

Halfjaartje Onderontwikkeld


Tja daar zit je dan. Als Gooische tante in het vliegtuig naar een ontwikkelingsland waar velen waarschijnlijk nog nooit van hebben gehoord; Burkina Faso. En dat is niet zomaar een ontwikkelingsland, nee, het prijkt op de éénaarlaatste plaats van de lijst van meest onderontwikkelde, conflictloze landen van de wereld. Dat is nogal een stap, helemaal voor een 22 jarige die in haar hele leven altijd alle dage van haar leven heeft gegeten en nog nooit buiten heeft hoeven slapen; basisschool, middelbare school en bachelor studie zonder problemen heeft doorlopen; minstens een keer per jaar op vakantie is geweest en nog nooit in diepe narigheid heeft gezeten.

Ik kan u wel vertellen, ik denk dat het moeilijk wordt om ook maar één Burkinabé te ontmoeten die een zelfde soort lijstje zou kunnen samenstellen.

Uiteraard moet ik er wel even bij zeggen dat ik mijzelf niet als verwend Gooisch nest beschouw. Ik mag dan van goede huizen komen, ik heb me nooit erg thuis gevoeld in het echte Gooische wereldje. En bij ons thuis is spaarzaamheid er met de paplepel in gegoten.. “bezit van de zaak is het eind van ’t vermaak”. Ik ben dan ook al enige jaren vervent kringloper en krijg een kick van het rondkomen van mijn studentenbudget –zonder maximale IB lening wel te verstaan. Toch voelde ik me gevangen zitten in een wereld van materialisme, van consumptie. Alsmaar meer; the sky is the limit! Overigens wel idyllisch dat net op het moment dat ik besluit deze nare realiteit te ontvluchten, onze consummistische bubbel het hoogte punt bereikt en als zeep bel uit elkaar spat. Naast de overwinning van Obama was dat voor mij overigens één van de meest interessante nieuwtjes uit het westen. Natuurlijk, het brengt een vloedgolf ellende met zich mee, maar het kan een keerpunt betekenen. Zo kan het dus in ieder geval niet doorgaan.

Ondanks dat ik hier nog maar drie maanden zit, heeft deze periode me al meer opgebracht dan al die jaren op school bij elkaar opgeteld. Ik zie en ervaar hier wat het betekent om je leven gewoon te leven. Geen materialistische hulpstukken om onze eenzaamheid te camoufleren.

Leven in een wereld waarin zelfs de meeste basisbehoeftes niet altijd gedekt zijn. Natuurlijk heb ik een bed, een dak boven mijn hoofd en elke dag eten in mijn maag, maar ik kom elke dag in aanraking met mensen die dat geluk niet met mij kunnen delen. Mijn, voor Nederlandse begrippen, karige stagevergoeding van 350 euro per maand blijkt hier het maandsalaris van een hoogopgeleide te zijn. Dus ik heb besloten te proberen binnen dit budget te leven. De expatwereld zou een ramp voor mijn budgettering blijken, en dit brengt als consequentie met zich mee dat ik mij voornamelijk onder locals begeef. Het operationeel budget van mijn werk is overigens ook van diezelfde orde van grootte. Dat betekent dus geen 4x4 met chauffeur onder mijn snuffert of een geclimatiseerd kantoorruimte.

Dit alles brengt echter nou juist deze extra dimensie met zich mee; die er voor zorgt dat ik niet mijn huidige levensstijl doorzette in een andere wereld.. het dwingt mij om voor eventjes in de huid te kruipen van een afrikaan.. door de ogen te kijken van zwarte. Overigens zal ik mezelf geen pretenties maken, want écht begrijpen, ervaren en voelen zal ik natuurlijk nooit. Toch is deze ontdekkingsreis -want dat is het- mijn ogen op een andere manier aan het openen en mijn hart op een andere manier gaan kloppen. Ik ben nog steeds wie ik ben, maar ik ben mezelf aan het verrijken.. heerlijk, zo’n halfjaartje onderontwikkeld!



Beter laat dan nooit..

Onder het motto ' beter laat dan nooit' is het er toch eindelijk van gekomen dat ik mijn blog lanceer; ik had dit al veel eerder willen doen, maar mijn computer technische kennis en onhandige internet omstandigheden in Burkina Faso werkten mij voortdurend tegen.

Ik zit nu inmiddels al 5 maanden in Burkina Faso, en heb geregeld mijn ervaringen, avonturen, obeservaties en gedachten op papier gezet. Als blanke in een zwart land, als marketing and sales consultant voor de Rural Energy Foundation, als ontwikkelde westerling in de middle of nowhere van het onderontwikkelde platteland, en als huisgenoot in een burkinabees huishouden.

Met terugwerkende kracht zal ik publiceren!