Waarom ging ik eigenlijk naar Burkina Faso? Ja, ik ging stage lopen. Maar waarom wilde ik dat in hemelsnaam helemaal gaan doen in het één-na-armste conflictloze land ter wereld? Waarom niet leuk naar Frankrijk, in de winter skieen, in de zomer aan het strand liggen en ondertussen bij een consultancy-firm een stageprogramma doorploegen? Voordat ik weg ging had ik daar een duidelijk en eenduidig gevoel over. Idealistisch als ik was en vol goede moed dacht ik dat het goed voor me zou zijn om eens buiten de kapitalistische, welvarende wereld te kijken waarin ik was opgegroeid. Om eens écht op mijn eigen benen te staan. Weg uit de wereld waar alles het altijd doet, zoals ik dat toen zo schattig op de eerste bladzijde van mijn dagboek schreef. “Ik ga vast veel leren”.
Ik was nog geen dag in Burkina of ik vroeg me al af waarom ik híer was beland. In dat land waar het zó arm is dat je je al schuldig voelt als je een karig bord rijst voor je neus hebt staan. De plastic zakjes slingerden als besmettelijke ziektes om me heen. De door alle rook en uitlaatgassen wazige geworden lichtbundels van de straatlantarens leken om zuurstof te schreeuwen. De eindeloze stromen mannen maakte me gek met hun aandacht trekkerijen en rijen vrouwtjes langs de weg stonden alleen maar verschrikkelijk vette en onhygiënisch uitziende fast-foods te verkopen. Ik werd knettergek en de wereld leek tot diep in mijn botten binnen te dringen. Hoezo, “ik ga hier vast veel leren”; in deze schijnbare hel zeker? Ik voelde me ellendig en ik zou het liefste zo weer rechtsomkeert hebben gemaakt. Ware het niet dat ik hier niet op vakantie was. Ik was hier gekomen met een missie.
Ik wilde gaan begrijpen wat er hier afspeelde. Ik wilde ervaren wat het was om dicht bij echte honger en armoede te leven. Ik wilde antwoord vinden op vragen als; hoe kan het dat de ontwikkeling van een ras, land of continent zo verschillend uitpakt? Is hier wel iets te doen of te veranderen; datgene waar al die westerse NGO’s al jaren mee bezig zijn? Wat is eigenlijk de essentie van ontwikkelingswerk?
Die eerste paar weken waren zwaar. Ik dacht dat die 6 maanden nooit voorbij zouden gaan. Ik was moe; de hitte, de zwaarte van de stad, het eindeloze geluid, verkeer en de aandacht van iedereen om mij heen sloegen de energie net zo hard uit mij als dat ik de muggen van mijn benen mepte. Als westerling had ik het geld om mijzelf een luxer leven te veroorloven, maar ik vond het lastig. Ik zocht naar de balans tussen het locale leven en een leven waarin ik mij thuis voelde. Na anderhalve maand ging ik op vakantie, een weekje met mijn kont op het Ghanese strand met een cocktail in mijn hand onder de palmbomen. Het was heerlijk en eyeopenend. Toen ik terugkwam besefte ik niet meedeed aan de wedstrijd ‘wie-kan-het-primitiefst-in-Afrika-wonen’. Ik besloot beter voor mijzelf te gaan zorgen. En toen zwaaide de boel om.
Ik voelde me als uitvinder verschillende chemische stofjes bij elkaar mengen tot ik het juiste equilibrium gevonden had. Niet besparen op eten, uitjes en een wekelijkse zwembadtripje, maar ook zeker de local-style erin te houden. Ik bleef in mijn krakkemikkige en onluxe Afrikaanse huis wonen, en pakte niet paniekerig mijn koffers toen de termieten mijn plafond hoorbaar knagend verorberde of toen we twee weken geen gas fles vonden bij de tankstations en dus ons prutje op kooltjes kookten. Maar ik vond het heerlijk om af en toe even helemaal bij te komen in een westerse stijl avondje, met een heerlijke pizza en een prachtig concert toe, om vervolgens de volgende dag mijn was zelf te doen en de halve dag in de hitte zonder stroom te zitten.
Uiteraard was ik allang voorbij de heftige eerste weken van de enorme cultuurshock, maar nu begon ik voor het eerst echt te genieten van het Burkinabese leven in balans. Ik had elke zaterdag repetitie met mijn jazzbandje. Ik werkte onder de Afrikaanse zon met ondernemers die zeer gelukkig uit mijn marketing coaching kwamen, waarin ik ze had begeleid in bijvoorbeeld het bewust op zoek gaan naar hun potentiële klanten, hun afzetmarkt. De momenten waarop ik bang was dood te gaan in het verschrikkelijke Burkinabese verkeer riepen slechts de gedachte op ‘ach, als ik nu zou sterven, dan was ik in ieder geval op dit moment ultiem gelukkig’. Ik nam flinke sprongen in mijn begrip en kennis van het leven, ontwikkelingssamenwerking en Afrika. Ik genoot maximaal en ik leefde intens.
Ik heb me nooit meer afgevraagd waarom ik naar Afrika was gegaan. Ik was naar Burkina Faso gegaan om door deze minder makkelijke situaties heen te komen, om niet te vluchten voor de aanblik van armoede, ziekte en dood maar juist om het van een andere kant te leren zien. En vooral ook om daar eens in te leven; in een huis en stad waar ik niet alle westerse luxe bij de hand heb. Terugkijkend kan ik niets anders zeggen dan dat ik inderdaad verschrikkelijk veel geleerd. Als ik één grote wens zou mogen uitspreken, dan zou het zijn dat ik hoop dat iedere jong volwassene eens zo’n gewaagde uitstap zou maken. Want wat zou alleen Nederland er al anders uit zien als iedereen eens een hapje had geproefd van deze kleurrijke, ogen-openende, fantastische wereld.







