woensdag 20 mei 2009

Waarom ik naar Afrika ging

Waarom ging ik eigenlijk naar Burkina Faso? Ja, ik ging stage lopen. Maar waarom wilde ik dat in hemelsnaam helemaal gaan doen in het één-na-armste conflictloze land ter wereld? Waarom niet leuk naar Frankrijk, in de winter skieen, in de zomer aan het strand liggen en ondertussen bij een consultancy-firm een stageprogramma doorploegen? Voordat ik weg ging had ik daar een duidelijk en eenduidig gevoel over. Idealistisch als ik was en vol goede moed dacht ik dat het goed voor me zou zijn om eens buiten de kapitalistische, welvarende wereld te kijken waarin ik was opgegroeid. Om eens écht op mijn eigen benen te staan. Weg uit de wereld waar alles het altijd doet, zoals ik dat toen zo schattig op de eerste bladzijde van mijn dagboek schreef. “Ik ga vast veel leren”.

Ik was nog geen dag in Burkina of ik vroeg me al af waarom ik híer was beland. In dat land waar het zó arm is dat je je al schuldig voelt als je een karig bord rijst voor je neus hebt staan. De plastic zakjes slingerden als besmettelijke ziektes om me heen. De door alle rook en uitlaatgassen wazige geworden lichtbundels van de straatlantarens leken om zuurstof te schreeuwen. De eindeloze stromen mannen maakte me gek met hun aandacht trekkerijen en rijen vrouwtjes langs de weg stonden alleen maar verschrikkelijk vette en onhygiënisch uitziende fast-foods te verkopen. Ik werd knettergek en de wereld leek tot diep in mijn botten binnen te dringen. Hoezo,  “ik ga hier vast veel leren”; in deze schijnbare hel zeker? Ik voelde me ellendig en ik zou het liefste zo weer rechtsomkeert hebben gemaakt. Ware het niet dat ik hier niet op vakantie was. Ik was hier gekomen met een missie. 

Ik wilde gaan begrijpen wat er hier afspeelde. Ik wilde ervaren wat het was om dicht bij echte honger en armoede te leven. Ik wilde antwoord vinden op vragen als; hoe kan het dat de ontwikkeling van een ras, land of continent zo verschillend uitpakt? Is hier wel iets te doen of te veranderen; datgene waar al die westerse NGO’s al jaren mee bezig zijn? Wat is eigenlijk de essentie van ontwikkelingswerk?

Die eerste paar weken waren zwaar. Ik dacht dat die 6 maanden nooit voorbij zouden gaan. Ik was moe; de hitte, de zwaarte van de stad, het eindeloze geluid, verkeer en de aandacht van iedereen om mij heen sloegen de energie net zo hard uit mij als dat ik de muggen van mijn benen mepte. Als westerling had ik het geld om mijzelf een luxer leven te veroorloven, maar ik vond het lastig. Ik zocht naar de balans tussen het locale leven en een leven waarin ik mij thuis voelde. Na anderhalve maand ging ik op vakantie, een weekje met mijn kont op het Ghanese strand met een cocktail in mijn hand onder de palmbomen. Het was heerlijk en eyeopenend. Toen ik terugkwam besefte ik niet meedeed aan de wedstrijd ‘wie-kan-het-primitiefst-in-Afrika-wonen’. Ik besloot beter voor mijzelf te gaan zorgen. En toen zwaaide de boel om.

Ik voelde me als uitvinder verschillende chemische stofjes bij elkaar mengen tot ik het juiste equilibrium gevonden had. Niet besparen op eten, uitjes en een wekelijkse zwembadtripje, maar ook zeker de local-style erin te houden. Ik bleef in mijn krakkemikkige en onluxe Afrikaanse huis wonen, en pakte niet paniekerig mijn koffers toen de termieten mijn plafond hoorbaar knagend verorberde of toen we twee weken geen gas fles vonden bij de tankstations en dus ons prutje op kooltjes kookten. Maar ik vond het heerlijk om af en toe even helemaal bij te komen in een westerse stijl avondje, met een heerlijke pizza en een prachtig concert toe, om vervolgens de volgende dag mijn was zelf te doen en de halve dag in de hitte zonder stroom te zitten.

Uiteraard was ik allang voorbij de heftige eerste weken van de enorme cultuurshock, maar nu begon ik voor het eerst echt te genieten van het Burkinabese leven in balans. Ik had elke zaterdag repetitie met mijn jazzbandje. Ik werkte onder de Afrikaanse zon met ondernemers die zeer gelukkig uit mijn marketing coaching kwamen, waarin ik ze had begeleid in bijvoorbeeld het bewust op zoek gaan naar hun potentiële klanten, hun afzetmarkt. De momenten waarop ik bang was dood te gaan in het verschrikkelijke Burkinabese verkeer riepen slechts de gedachte op ‘ach, als ik nu zou sterven, dan was ik in ieder geval op dit moment ultiem gelukkig’. Ik nam flinke sprongen in mijn begrip en kennis van het leven, ontwikkelingssamenwerking en Afrika. Ik genoot maximaal en ik leefde intens.

Ik heb me nooit meer afgevraagd waarom ik naar Afrika was gegaan. Ik was naar Burkina Faso gegaan om door deze minder makkelijke situaties heen te komen, om niet te vluchten voor de aanblik van armoede, ziekte en dood maar juist om het van een andere kant te leren zien. En vooral ook om daar eens in te leven; in een huis en stad waar ik niet alle westerse luxe bij de hand heb. Terugkijkend kan ik niets anders zeggen dan dat ik inderdaad verschrikkelijk veel geleerd. Als ik één grote wens zou mogen uitspreken, dan zou het zijn dat ik hoop dat iedere jong volwassene eens zo’n gewaagde uitstap zou maken. Want wat zou alleen Nederland er al anders uit zien als iedereen eens een hapje had geproefd van deze kleurrijke, ogen-openende, fantastische wereld.

donderdag 7 mei 2009

Afrikaanse Magie Vervlogen

Wegens een verplaatste vlucht heb ik mijn allerlaatste dag in Ouagadougou als een gek door de stad en mijn huis geraced om mijn spulletjes bij elkaar te zoeken. Ik moest direct die zelfde nacht plotseling vertrekken in plaats van de nacht erna. Uiteraard te veel bagage; een heel orkest aan Afrikaanse instrumenten in mijn koffers en schaam-verwekkende partij kleren waar ik een heel weeshuis mee had kunnen aankleden. Aangekomen in het vliegtuig tussen het AirMaroc personeel wist ik dat ik weer in die andere wereld terecht was gekomen. Het voelde alsof ik pats boem terug in de realiteit van mijn oude leven werd geslagen. Ik ben niet meer in Afrika.

Ik zit weer in de burgerlijke, platgeregelde strakke stramienen van de westerse stijl. Mevrouw, u kunt niet uw tas daar neerzetten, dat begrijpt u toch zeker wel? Nee, maar mevrouw, u moet wel uw riem vast maken, mevrouw... maar waarom heeft u in godsnaam deze tam-tam (mijn dierbare djembé) mee het vliegtuig in genomen? U weet toch zeker wel dat zoiets ten strengste verboden is?

Nee, geef mij maar de Afrikaanse magie. De magie van de mogelijkheden en de oplossingen in plaats van de beperkingen en afstraffingen. Voor alles heb ik in Burkina Faso altijd een oplossing kunnen vinden samen met mijn buurmannen in de bus, de bandenplakjongens aan de kant van de weg, of de verzorgende hand van de vrouwen. Nog nooit heb ik mij verloren of geërgerd gevoeld. Mijn vrijheid, mijn zoektocht naar oplossingen of mogelijkheden zijn altijd ruim aanwezig geweest.

In een wereld, zoals die waar ik nu weer in ben beland, waarin  alles zo strak en stipt geregeld is, kan het toch haast niet anders dan dat mensen daarin vast komen te zitten en verschrikkelijk ongelukkig worden? Geblokkeerd als een olifant tussen de liftdeuren. Stel je eens voor dat je eens uit de band springt!

Het is werkelijk ongelooflijk hoeveel regelzucht en betuttelingen er over mij heen zijn gevallen in die in westerse stijl verzorgde reis, sinds ik het hete asfalt van Ouaga achter mij had gelaten. Onmiddellijk werd de des-infectant over de bagagerekken gespoten – puur protocol, verplichte internationale richtlijnen, absoluut geen gevaar voor de gezondheid (Pff.. jaja) – en vervolgens kwamen de ooglapjes, dekentjes, kussentjes en koptelefoons uit de doos en werden me in de schoot geworpen als volkomen onmisbare attributen, maar ik voelde hier alweer de onnodige verspilling. De stewards en stewardessen, strak in het pakje, bezorgde mij vervolgens, in een tempo waarin ze bijna over hun eigen benen struikelden, een naar plastic smakende omelet en een kopje koffie. Alles keurig verpakt en omhuld, en de gestresste efficiëntie van de service deed me weemoedig terugdenken aan al die idiote avonturen in Burkina; in een Hyundai busje met 31 man, plus een handje vol gillende geiten aan m’n voeten een stapel matrassen op het dak die de hoogte van de auto meer dan verdubbelden. ’s Nachts slingeren in het pikkedonker zonder licht over de gatenkaaswegen, tussen de kapotte vrachtwagens en het overstekend wild door. En in deze nacht vloog ik weer over dat heerlijke, grootse land, met mijn voeten in AirMaroc sokken, en van alle gemakken voorzien.

Ik doe mijn ogen dicht en droom weer terug. Dieu merci, alles is goed gegaan. Al die avonturen zijn altijd goed afgelopen. En hoe vaak heb ik wel niet gedacht, mocht het nu dan echt een keer mis gaan met al deze ongecontroleerdheid, dan heb ik in ieder geval echt geleefd en van alle vrijheid die het leven mij biedt met volle teugen genoten. Misschien wel juist zonder al het comfort en service om mijn leven zogenaamd gemakkelijker en veiliger te maken.

Ik heb eigenlijk maar één grote wens.  Als ik straks mijn leven thuis oppak, wil ik, wat ik ook ga doen, leven en genieten op z’n Afrikaans; ver weg van het typische burgerlijke geneuzel en geregel. Thuiskomen is heerlijk, maar ik voel nu alweer dat de volgende reis in de maak is. Want het genot het Hollandse welvaren zal het nooit winnen van de Afrikaanse magie.